Het Zwien van boer Boesekool

Het was volop winter maar het leven op de boerderij gaat natuurlijk gewoon door zo moesten er een paar beesten naar de markt en de varkens naar het Slachthuis in de stad, zo werd de veerijder gebeld een vrolijke man met heel veel grappen die het allemaal niet zo nauw nam, maar wel zorgde dat alles geregeld werd (of niet????).
“Ben morgenvroeg tegen half vijf bij je” zei de veerijder moet nog bij een paar andere klanten langs, zorg maar dat je wat schotten klaar hebt staan voor de varkens en doe de koeien maar een helster om dan is het zo gepiept. “Ja, komt voor elkaar” zei: de boer.

’s Morgens om kwart voor vier, was het een en al bedrijvigheid op de boerderij aan de vaart die behoorlijk dicht gevroren was en het sneeuwde vol op, “maak eerst maar koffie vrouw de veerijder zal ook wel koffie lusten met dit koude weer”, de ketel kwam op het vuur en de boer ging naar het achterdeel alvast de beesten voeren, en alles klaar maken voor het melken, de klok sloeg half vijf geen veerijder, het werd vijf uur nog geen veerrijder, verdorie mompelde de boer hij is ook altijd te laat, kwart over vijf “Volluk”werd er gebruld op het achterdeel daar was de veerrijder samen met zijn zoon, ben een beetje laat maar het is ook geen weer voor op de weg, her en der zijn er wat sneeuwduintjes maar wat geeft het we zijn der…., waar moeten we zijn beste man? Loop maar even mee ze zitten in dat hok en de koeien staan hier op stal die kan je zo meenemen.
Het vrachtwagentje werd achteruit voor de schuurdeuren gezet de laadklep naar beneden wat stro op de laadklep en hupakee de koeien werden op de wagen geladen achter het schot zodat er ruimte overbleef voor de drie varkens, de veerijder vroeg aan de boer heb je ook een paar schotten om de varkens op de wagen te jagen??? Ja heb hier wel wat staan zei de boer, de veerrijder keek naar het spul en dacht, wat is dit voor rommel als daar een mus tegen aan hipt stort het in maar ja een andere optie was er niet en hij was al aan de late kant, “ja is best dat kan wel lachte de man”, de gammele schotjes werden tegen de laadklep gezet, zoon blijf jij maar aan deze kant staan dan kan er niets gebeuren, de varkens liepen al uit het hok en werden richting de wagen gedreven de eerste ging er met gemak op en de tweede volgde gelijk, maar toen de derde die schrok van de vrouw van de boer die kwam om de hoek en riep:”KOFFIE” met haar schelle stem, en het varken nam de reis aan, hij sprong zo van de laadklep over het schotje de duisternis in, weg was het beest, de boer begon te schelden tegen zijn vrouw, de veerijder er tussen in ho, ho, rustig aan we gaan even kijken waar het beest gebleven is, de lampen van de vrachtwagen werden op grootlicht gezet en ja hoor daar zagen ze het varken die liep op het ijs te bibberen, gauw een ladder met een lang stuk touw zei de veerrijder misschien kunnen we hem vangen, de boer wou al op het ijs rennen, STOP zei de veerijder het ijs is nog niet vertrouwd volgens mij, He zoon ga jij es met die ladder op het ijs probeer dat varken te vangen, nou wacht maar tot het dooi wordt zei de zoon want die zag het varken een wak inschieten, de boer hevig teleurgesteld, men varken stamelde hij, ja zei de veerrijder das pech hebben maar we moeten er vandoor het is al laat;”Wilt U nog koffie? vroeg de vrouw, wel verdraaid zei de boer jij altijd met je koffie dat heeft me net een varken gekost, ga naar binnen vort. Vader en zoon keken elkaar aan we moeten maar aan de rit, de klep ging dicht en daar gingen de andere beesten naar het slachthuis en de markt.

Acht weken later reed de veerijder langs de vaart, inmiddels was het voorjaar aan het worden en keek hij richting de boerderij van Boesekool, verhip wat dreef daar ja hoor het “Zwien”van boer Boesekool, hij grijnsde maar wat en ging verder.

Plaats een reactie