Wie de dood vreest is een lafaard………….

Dat was een gezegde van blauwe Meint, een vrolijke innemer maar een apart geval,
En als je hem hoorde hij was beresterk het leek een heel brede kerel maar hij had
‘s Winters wel zeven truien aan.
Op een maandag avond ergens in mei zat de kroeg gezellig vol, ook Meindert zat in de kroeg en had al mooi genoeg drank op, de kastelein had eigenlijk slecht zin zijn plafond was te laag en de houtenvloer moest eruit er was iemand geweest of de vergunningen wel klopten en die begon te zeuren dat zijn café (toen al meer als honderd jaar een café) niet voldeed aan de eisen. Dus de vloer moest er maar uit (die lag op boomstammetjes) en dat was al geregeld met een paar klanten, die zouden de kastelein helpen, die avond tegen elf uur stopte er een vrachtwagen naast de kroeg, de laadklap kwam naar beneden en er werd een groot paard uit de wagen gehaald, en de gekke veerijder(zie het tweede verhaal) kwam lachend met het paard de kroeg inlopen via de achterdeur, Goedenavond riep hij, en begon te lachen, goedenavond zei de kastelein wat zal dit, en knipoogde al naar de veerijder. Blauwe Meint riep “wie de dood vreest is een lafaard”, en hij zou het paard wel even optillen, maar hij was natuurlijk niet sterk genoeg maar wel dronken en lag even later onder het paard, het paard was erg mak en bleef rustig staan, blauwe Meint krabbelde weer overeind en waggelde terug naar zijn stoel en dronk zijn bier op, tweede poging het paard bleef natuurlijk roerloos staan iedereen weer lachen, totdat het paard zijn oren plat legde op zijn hoofd en woest achteruit schopte. HOO, zei de kastelein het is mooi geweest met het paard, zet hem maar weer op de wagen, want hij zakt toch niet door de vloer(dat was de opzet van de veerijder die dacht dat de vloer verrot was maar dat was helemaal niet het geval).

De Stamtoafel

Een paar weken later zat Meint weer in de kroeg en bestelde een karbonade, die at hij met bot en al op, de man had een dubbele rij kiezen en gromde toen ik met mijn broertje het café inliepen als een woeste beer, we vluchten altijd met een rotgang naar buiten en waren doodsbenauwd voor die man, maar achteraf was er niets mis mee.

Uit de verhalen die werden verteld kon ik opmaken dat de man aan een hartaanval is gestorven en met zijn brommer om was gevallen, en net op de grens van de gemeente Zuidhorn, en de toenmalige gemeente Aduard, het is naar horen en zeggen een heel getouwtrek geweest wie de begrafenis ging betalen, de man had geen rooie cent, en heeft daar bijna een dag op de weg gelegen.

Plaats een reactie